Woordenlijst week 1
- Bijstellen: iets aanpassen of veranderen zodat het weer goed is.
- De aanwezigheid: als iets of iemand ergens is.
- De absentie: als iets of iemand ergens niet is.
- De benoeming: een bepaalde functie of baan krijgen.
- De bijeenkomst: een gebeurtenis waarbij mensen op één plek samenzijn.
- De buitenkans: een kans die je niet had verwacht.
- Democratisch: als mensen in een land zelf ergens over mogen beslissen.
- De plicht: iets wat je hoort te doen volgens jezelf of anderen.
- De verkiezing: bij een verkiezing worden er één of meerdere personen gekozen. Die personen komen dan bijvoorbeeld in de regering.
- Discussiëren: een gesprek voeren waarbij iedereen zijn mening vertelt en je op elkaar reageert.
- Het gezag: iemand met gezag heeft macht over andere mensen.
- Rechtvaardig: een manier om iedereen gelijk en eerlijk te behandelen.
Woordenlijst week 2
- Aandurven: iets durven en je niet tegen laten houden door angst.
- Aanspreken: beginnen met praten tegen iemand anders.
- Aanwakkeren: iets krachtiger laten worden.
- Beschaafd: als je goede manieren hebt of beleefd bent.
- De verlegenheid: je onzeker of een beetje bang voelen bij anderen.
- Hakkelen: iemand die hakkelt is vaak even stil en praat daarna weer verder.
- In verlegenheid brengen: als je mensen onzeker maakt in de buurt van anderen en ervoor zorgt dat ze zich een beetje gaan schamen.
- Je niet uit het veld laten slaan: niet van streek raken.
- Terecht: iets wat juist is.
- Wantrouwig: als je andere mensen niet vertrouwt.
- Willekeurig: als iets zomaar gekozen is zonder er over na te denken.
- Zich wenden tot: iets tegen iemand zeggen of iets vragen.
Woordenlijst week 3
- De minstreel: iemand die in de Middeleeuwen op bezoek ging bij kastelen om liedjes te zingen.
- De mustang: een wild paard.
- De nar: een soort clown die vroeger ridders en koningen aan het lachen maakte.
- De page: een knecht van een ridder of een koning.
- De prairie: een grote vlakte met gras.
- De veldheer: de baas van het leger.
- De veldslag: een groot gevecht tussen verschillende legers.
- De vesting: een plaats met muren eromheen. De muren waren er vroeger om een dorp of een stad te beschermen.
- Door het oog van de naald kruipen: net op tijd ergens aan ontsnappen.
- Iemand te vlug af zijn: iets net eerder doen dan iemand anders.
- Strijden: een ander woord voor vechten.
- Veroveren: iets na een gevecht in bezit krijgen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten