- De bevolkingsdichtheid: hoeveel inwoners er op een vierkante kilometer wonen.
- De bijdrage: wat je hebt gedaan of hoeveel geld je ergens aan hebt gegeven. Bijvoorbeeld "Ik geef een financiƫle bijdrage aan het goede doel".
- De bijdrage: wat je hebt gedaan of hoeveel geld je ergens aan hebt gegeven. Bijvoorbeeld: "Ik geef een financiƫle bijdrage aan het goede doel".
- De opbrengst: wat iets je oplevert of hoeveel geld je hebt gekregen voor iets. Bijvoorbeeld de opbrengst van de rommelmarkt was groot.
- De sponsorloop: zoveel mogelijk rondjes hardlopen om geld op te halen voor een goed doel.
- Dichtbevolkt: waar veel mensen wonen.
- Dunbevolkt: waar weinig mensen wonen.
- Het belang inzien van: als je snapt dat iets belangrijk is.
- Het derdewereldland: een land in het deel van de aarde waar veel landen arm zijn.
- Het detail: een klein onderdeel van iets groters.
- Het ontwikkelingswerk: het werk dat iemand doet in een arm land of in een land waar oorlog is geweest om de mensen daar te helpen.
- Het succes: als iets lukt.
- Zich in iets verdiepen: ergens meer van willen weten en er informatie over opzoeken.
- De bedreiging: als iets of iemand je bang maakt.
- De epidemie: een periode waarin veel mensen een besmettelijke ziekte krijgen.
- De hongersnood: als er in een land te weinig eten is voor alle mensen.
- De huisvesting: een plek waar je kan wonen.
- De hulpverlening: mensen die iemand met een probleem helpen.
- De kinderrechten: alle dingen waar kinderen recht op hebben, bijvoorbeeld regels over school, wonen en ouders.
- Minachten: mensen niet waardevol vinden en dat laten merken.
- Ondervoed: een lange tijd te weinig hebben gegeten.
- Op eigen houtje: iets zelf doen zonder dat je het gevraagd hebt aan iemand anders.
- Respecteren: mensen waardevol vinden en dat laten merken.
- Zich als een olievlek verspreiden: als iets heel snel bekend wordt.
- Zo goed en zo kwaad: je gaat door met wat je doet, ook al gaat dat niet heel goed.
- Behulpzaam: als je het prettig vindt om iemand anders te helpen, dan ben je behulpzaam.
- Beledigen: nare dingen tegen iemand zeggen of doen, waardoor die persoon boos wordt.
- Bezwaar hebben tegen: het ergens niet mee eens zijn.
- Complimenteren: zeggen wat iemand goed heeft gedaan, een compliment geven.
- Druk uitoefenen: proberen iemand iets te laten doen, terwijl hij dat misschien niet wil of kan.
- Flexibel: iemand die zich makkelijk aanpast aan iets.
- Heftig: een ander woord voor fel of zwaar.
- Luidruchtig: als je veel lawaai maakt.
- Overhalen: proberen iemand iets te laten doen of niet te laten doen.
- Protesteren: zeggen dat je iets niet wilt of het ergens niet eens mee bent.
- Zich uiten: aan iemand laten merken wat je voelt en denkt.
maandag 26 september 2016
Woordenschat toets taal blok 1 !
Woordenlijst thema 1
Abonneren op:
Reacties (Atom)