woensdag 14 december 2016

Repetitie Dromenvangers!

Vorige week waren de eerste echte repetities van de Dromenvangers in de gymzaal aan de Emmastraat. Het zag er geweldig uit en de kinderen kregen dan ook een dik compliment van juf José. De komende weken worden gebruikt om de puntjes op de "i" te zetten!


Klik op onderstaande link voor de beelden van de repetitie:
 https://youtu.be/RluyCvMX78g




Veel kijkplezier !!!! 









Woordenschat thema 3 !

Hieronder de woordjes voor de taaltoets van thema 3.
Taaltoets is op maandag 19 december. Oefenen maar!


Week 1
Amuseren: je vermaken of plezier hebben.
De carnavalskraker: een lied speciaal geschreven voor het carnaval.
De gezelligheid: als het ergens fijn en prettig is om te zijn. De mensen zijn er aardig of de plek ziet er leuk uit.
Dempen: zorgen dat je iets minder goed hoort.
Dempen: zorgen dat je iets minder goed hoort..
De traditie: iets wat door veel mensen altijd al hetzelfde wordt gedaan, bijvoorbeeld het is een traditie om taart te eten op je verjaardag.
Het carnaval: een feest waarbij mensen drie dagen lang zich verkleden.
Het gejuich: het geroep van mensen die blij zijn.
Het gejuich: het geroep van mensen die blij zijn..
Het geroezemoes: een zacht geluid van mensen die door elkaar praten.
Het volksfeest: een feest voor het hele volk, bijvoorbeeld Koningsdag.
Uit de kluiten gewassen: stevig en groot gebouwd.
Uit je bol gaan: iets enthousiast vieren.

Week 2
Behandelen: proberen iets beter te maken.
De bevalling: een kindje krijgen.
De couveuse: een speciale bak waar een te vroeg geboren baby in wordt verzorgd.
De kraamvrouw: een vrouw die net een kindje heeft gekregen.
De verloskundige of vroedvrouw: een vrouw die als beroep vrouwen helpt bij de zwangerschap en de bevalling.
Gebruikelijk: zoals het normaal is.
Het geslacht: als je een jongen bent, ben je van het mannelijk geslacht. Als je een meisje bent, ben je van het vrouwelijk geslacht.
Het nageslacht: iemands kinderen en daar de kinderen weer van, enzovoorts.
Ingrijpen: Iets doen, omdat het anders misschien verkeerd gaat.

Week 3
Aanprijzen: zeggen dat iemand of iets goed is.
De etenswaren: een ander woord voor eten.
De gang: een deel van een maaltijd, bijvoorbeeld het toetje is de derde gang van de maaltijd.
De grill: een apparaat om vlees op te roosteren.
De wok: een grote pan waar je vlees en groente in kunt bakken.
Grillen: roosteren op een gril.
Het alternatief: iets anders wat je zou kunnen kiezen.
Likkebaarden: je lippen aflikken omdat iets lekker is of lijkt.
Roerbakken: eten kort bakken en steeds in de pan roeren.
Serveren: eten of drinken op tafel neerzetten.
Voedzaam: eten wat goed vult, je hoeft er niet veel van te eten om vol te zitten.
Wokken: eten klaarmaken in een wok.